ECLI:NL:HR:2007:AX6369
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Uitlegging tariefindeling rice-paper en bevoegdheid nationale rechter bij navordering douanerechten
Belanghebbende werd uitgenodigd tot betaling van douanerechten voor goederen omschreven als rice-paper. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag grotendeels, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslag. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de juiste tariefindeling van het product onder post 1901 of 1905 van het Gemeenschappelijk Douanetarief, waarbij het product uit rijstmeel, zout en water bestaat, gedroogd maar niet gebakken is. De Hoge Raad overweegt dat het gebakken zijn niet als kenmerkend is opgenomen in post 1905 en dat de dunne vorm van het product doorslaggevend kan zijn. De geldigheid van een Commissieverordening die deze indeling regelt, wordt eveneens aan de orde gesteld.
Daarnaast is de vraag aan de orde in hoeverre de nationale rechter bevoegd is om buiten de Commissie en het Hof van Justitie om te beslissen over het afzien van navordering van douanerechten op grond van artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW. De Hoge Raad constateert dat dit een complexe verhouding is en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak.
Tot slot schorst de Hoge Raad de procedure en houdt verdere beslissing aan totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan over de gestelde prejudiciële vragen.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de procedure aan en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de tariefindeling en bevoegdheid nationale rechter bij navordering douanerechten.