ECLI:NL:HR:2007:AY8480
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid van yortgymnastiek en zwemmen als buitengewone ziektekosten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, welke na bezwaar werd gehandhaafd. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag, waarbij het oordeelde dat de kosten voor yortgymnastiek en zwemmen op medisch voorschrift en onder medische controle als buitengewone lasten konden worden afgetrokken.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Hoge Raad stelde centraal of de uitgaven voor deze activiteiten als uitgaven voor geneeskundige hulp konden worden aangemerkt volgens artikel 46 lid 3 Wet Pro IB 1964. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had vastgesteld of er daadwerkelijk sprake was van rechtstreeks medisch toezicht of begeleiding.
Omdat het hof slechts had vastgesteld dat de activiteiten plaatsvonden op medisch voorschrift en onder medische controle, maar niet had vastgesteld wat dit toezicht precies inhield, kon het oordeel van het hof niet in stand blijven. De zaak werd vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
De Hoge Raad wees tevens af dat proceskosten werden toegewezen en liet de vergoeding van proceskosten voor het hof aan de verwijzingsrechter over.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris is gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor nadere behandeling.