ECLI:NL:HR:2007:AZ0359
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over heffing baatbelasting bij herinrichting binnenstad Breda
De gemeente Breda startte in 1994 met de herinrichting van haar binnenstad, waarbij een groot deel van de kosten werd verhaald via baatbelasting. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en ging in beroep bij het Hof 's-Hertogenbosch, maar verloor. De Hoge Raad vernietigde dit vonnis en verwees de zaak naar het Hof 's-Gravenhage.
Het Hof oordeelde dat de herinrichting niet heeft geleid tot een wezenlijke verandering van het geheel van de voorzieningen in het gebied ten opzichte van de oude situatie. Hiermee kwalificeert de herinrichting niet als een voorziening in de zin van de wet, maar eerder als onderhoud.
De Hoge Raad bevestigt dat een herinrichting als voorziening geldt indien het geheel van voorzieningen wezenlijk is veranderd in inrichting, aard of omvang. Onderdelen die louter onderhoud betreffen, moeten worden afgesplitst. Het Hof heeft het toetsingskader correct toegepast en het feitelijke oordeel is niet onbegrijpelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de herinrichting niet heeft geleid tot een wezenlijke verandering van het geheel van voorzieningen.