ECLI:NL:HR:2007:AZ0369
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wezenlijke verandering bij herinrichting en heffing baatbelasting
De gemeente Breda startte in 1994 met de herinrichting van haar binnenstad, waarvan een groot deel van de kosten werd verhaald via baatbelasting. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, maar verloor bij het Hof 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak naar het Hof 's-Gravenhage.
Het Hof oordeelde dat de herinrichting niet leidde tot een wezenlijke verandering van het geheel van voorzieningen in het gebied vergeleken met de oude situatie, en dat de herinrichting daarom niet als voorziening in de zin van de wet kon worden aangemerkt. Dit oordeel was feitelijk en niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad bevestigde dat een herinrichting alleen een voorziening vormt indien deze leidt tot een wijziging in inrichting, aard of omvang van de voorzieningen. Ook onderdelen die louter onderhoud betreffen, moeten worden afgesplitst. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing van baatbelasting na herinrichting is ongegrond verklaard.