ECLI:NL:HR:2007:AZ0692
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat niet-naleving van art. 167a Sv in cassatie niet voor het eerst kan worden aangevoerd
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te Arnhem de verdachte veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte het Openbaar Ministerie ontvankelijk heeft geacht zonder ambtshalve te onderzoeken of het minderjarige slachtoffer haar mening over het gepleegde feit heeft kunnen geven, zoals vereist in art. 167a Sv.
De Hoge Raad overweegt dat klachten over niet-naleving van art. 167a Sv in cassatie niet voor het eerst met succes kunnen worden aangevoerd, omdat dit een feitelijke beoordeling vergt die niet in cassatie kan worden gedaan. Tevens wijst de Hoge Raad de opvatting af dat de rechter ambtshalve moet onderzoeken of het OM aan de verplichtingen van art. 167a Sv heeft voldaan en dit in zijn uitspraak moet vermelden.
De overige middelen van cassatie leiden niet tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof. Hiermee wordt de veroordeling van de verdachte gehandhaafd, waarbij de straf onder meer bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.