ECLI:NL:PHR:2009:BH9918
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verduistering en bezit van keyloggers met termijnoverschrijding
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder medeplegen van verduistering van 1.000 blanco vliegtickets, medeplegen van valsheid in geschrift, en het bezit van keyloggers waarop onrechtmatig verkregen gegevens waren vastgelegd. De zaak betrof onder meer het verduisteren van vliegtickets uit hoofde van een dienstbetrekking en het bezit van elektronische afluisterapparatuur.
De Procureur-Generaal stelde dat de redelijke termijn was overschreden omdat de stukken ruim zeventien maanden na het instellen van het cassatieberoep bij de Hoge Raad waren ontvangen, en dat de straf daarom verminderd moest worden. Daarnaast werd betwist of de verduistering daadwerkelijk in februari 2003 had plaatsgevonden en of de bewezenverklaring van het bezit van keyloggers de grondslag van de tenlastelegging had verlaten.
De Hoge Raad oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn vaststond en dat de straf dienovereenkomstig moest worden verminderd. De klacht over de datum van de verduistering slaagde, maar werd inhoudelijk niet gevolgd omdat uit andere verklaringen bleek dat de verduistering medio februari 2003 had plaatsgevonden. De klacht dat de bewezenverklaring de grondslag van de tenlastelegging had verlaten werd verworpen omdat de aard van het voorwerp waarop de gegevens waren vastgelegd niet essentieel was voor het strafbare feit.
De overige middelen werden afgewezen en het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen voor wat betreft de strafmaat en verlaagde deze naar de gebruikelijke maatstaf.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt de overige bewezenverklaringen.