ECLI:NL:HR:2007:AZ1706
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Nietigheid appeldagvaarding wegens gebrekkige betekening in hoger beroep
In deze strafzaak werd de verdachte bij verstek veroordeeld door de Politierechter. De verdachte stelde hoger beroep in en gaf daarbij een adres op in Nederland. Het hof verklaarde de appeldagvaarding rechtsgeldig betekend, hoewel de dagvaarding aan de griffier werd uitgereikt omdat geen woon- of verblijfplaats bekend was. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend zonder nadere motivering.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat onbekendheid met een feitelijke woon- of verblijfplaats niet kan worden aangenomen als niet is geprobeerd de dagvaarding te betekenen op het door verdachte opgegeven adres. Omdat uit de stukken niet blijkt dat de dagvaarding aan het opgegeven adres is verzonden, verklaart de Hoge Raad de appeldagvaarding nietig.
Als gevolg hiervan kan het bestreden arrest van het hof niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de dagvaarding nietig, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk is. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de appeldagvaarding nietig wegens gebrekkige betekening.