ECLI:NL:HR:2007:AZ2589

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/219HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over beroepsaansprakelijkheid accountant en causaal verband met schade

Dipasa Europe B.V. en Distribuidora International de Productos Agricolas SA de CV Mexico (Dipasa-Mexico) vorderden schadevergoeding van KPMG Accountants N.V. en KPMG Holding N.V. wegens een beroepsfout bij de controle van hun administratie. Na een procedure bij de rechtbank en het gerechtshof werd het beroep van Dipasa afgewezen wegens het ontbreken van causaal verband tussen de fout en de geleden schade.

Dipasa stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en het belang van Dipasa daarbij. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van Dipasa-Mexico en verwerping van het beroep voor zover ontvankelijk.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van Dipasa niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het voorwaardelijke incidentele beroep van KPMG kwam daardoor niet aan de orde.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde Dipasa in de proceskosten. Hiermee werd het arrest van het hof bevestigd dat de vorderingen van Dipasa afwees wegens het ontbreken van causaal verband tussen de beroepsfout en de schade.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Dipasa werd verworpen wegens het ontbreken van causaal verband en niet-ontvankelijkheid van Dipasa-Mexico.

Uitspraak

26 januari 2007
Eerste Kamer
Nr. C05/219HR
RM/GL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. DIPASA EUROPE B.V.,
gevestigd te Enschede,
2. de naar Mexicaans recht rechtspersoonlijkheid bezittende DISTRIBUIDORA INTERNATIONAL DE PRODUCTOS AGRICOLAS SA DE CV MEXICO,
gevestigd te Mexico-Stad, Mexico,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,
t e g e n
1. KPMG ACCOUNTANTS N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
2. KPMG HOLDING N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.J. Schenck.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseressen tot cassatie - verder te noemen: Dipasa Europe en Dipasa-Mexico - hebben bij exploot van 31 juli 1998 onder meer verweersters in cassatie - verder gezamenlijk te noemen: KPMG - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd KPMG te veroordelen aan:
a. Dipasa Europe te betalen een bedrag van ƒ 5.623.287,-- met de wettelijke rente;
b. Dipasa-Mexico te voldoen een bedrag van $ 2.215.245,--, althans genoemd bedrag in Nederlandse guldens tegen de dag van de betaling met de wettelijke rente.
KPMG heeft de vordering bestreden en een vordering in reconventie ingesteld. De vordering in reconventie speelt in cassatie geen rol meer.
Na een tussenvonnis van 27 september 2000, waarbij Dipasa Europe en KPMG tot bewijs zijn toegelaten, en getuigenverhoren, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 13 maart 2000 in conventie KPMG veroordeeld aan Dipasa Europe te betalen € 47.692,50, met de wettelijke rente vanaf 12 februari 1998 en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen beide vonnissen van de rechtbank hebben Dipasa Europe en Dipasa-Mexico hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. KPMG heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 14 april 2005 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, in conventie de vorderingen van Dipasa Europe en Dipasa-Mexico afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Dipasa Europe en Dipasa-Mexico beroep in cassatie ingesteld. KPMG heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Dipasa Europe en Dipasa-Mexico mede door mr. B.T.M. van der Wiel, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van Dipasa-Mexico in haar cassatieberoep en voor het overige tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Dipasa Europe en Dipasa-Mexico in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KPMG begroot op € 5.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 januari 2007.