ECLI:NL:HR:2007:AZ3582
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsaanvraag wegens ontbreken van novum bij brandstichting en vernieling
De zaak betreft een herzieningsaanvraag tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de aanvrager was veroordeeld voor opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen en levens, alsmede vernieling van goederen van een ander. De veroordeling betrof een gevangenisstraf van dertig maanden.
De aanvrager stelde dat er nieuwe verklaringen waren die aantonen dat niet hij, maar een ander de brandstichting had gepleegd. Deze verklaringen dateren van na de veroordeling en werden als grondslag voor herziening ingediend. Daarnaast werden op 4 december 2006 aanvullende stukken ingediend.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aangevoerde omstandigheden geen novum zijn, omdat zij geen feiten bevatten die tijdens het eerdere onderzoek onbekend waren en die het onderzoek tot een andere uitkomst hadden kunnen brengen. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat ook de later ingediende stukken geen novum bevatten.
Daarom wees de Hoge Raad de herzieningsaanvraag af en bevestigde daarmee het eerdere arrest van het hof. De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 23 januari 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de herzieningsaanvraag af wegens het ontbreken van een novum.