ECLI:NL:HR:2007:AZ4065

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/314HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over achterstallige leasetermijnen en onredelijk bezwarend beding in leaseovereenkomst

In deze zaak stond een geschil centraal tussen een leverancier en een operational lessee van kopieerapparatuur over de betaling van achterstallige leasetermijnen na beëindiging van de leaseovereenkomst.

De leverancier, De Lage Landen Vendorlease B.V., vorderde betaling van een bedrag van €56.828,68, terwijl eiser stelde dat hij terecht de overeenkomst had ontbonden en vorderde tevens een schadevergoeding van €3.199,15. De kantonrechter veroordeelde eiser tot betaling van een bedrag van €51.275,37 met rente en wees de reconventionele vordering af. Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde dit vonnis.

Eiser stelde beroep in cassatie tegen beide arresten van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde eiser niet-ontvankelijk te verklaren in het cassatieberoep tegen het tussenarrest en het beroep voor het overige te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd vastgesteld dat het beding dat het beroep op ontbinding uitsluit onredelijk bezwarend is en geen nadere motivering behoefde.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

23 februari 2007
Eerste Kamer
Nr. C05/314HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
DE LAGE LANDEN VENDORLEASE B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: De Lage Landen - heeft bij exploot van 30 juli 2002 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Arnhem, locatie Wageningen, en gevorderd, na vermeerdering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan De Lage Landen te betalen een bedrag van € 56.828,68 met rente.
[eiser] heeft de vordering bestreden en in reconventie een verklaring voor recht gevorderd dat [eiser] terecht de ontbinding van de leaseovereenkomst heeft ingeroepen en tevens gevorderd De Lage Landen te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.199,15 aan schadevergoeding.
De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 12 februari 2003 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 30 juli 2003 in conventie [eiser] veroordeeld om aan De Lage Landen een bedrag van € 51.275,37 met rente te betalen en in reconventie de vordering afgewezen.
Tegen het eindvonnis van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij tussenarrest van 25 mei 2004 heeft het hof De Lage Landen toegelaten tot bewijslevering en bij eindarrest van 26 juli 2005 het eindvonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Lage Landen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep tegen het tussenarrest van het hof van 25 mei 2004 en voor het overige tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Lage Landen begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.