ECLI:NL:HR:2007:AZ4566
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beperking regresrecht UWV en ABP door civiel plafond bij verkeersongeval
In deze zaak stond centraal of het civiel plafond, zoals neergelegd in art. 3:310 lid 1 BW Pro, ook geldt voor het zelfstandig regresrecht van UWV en ABP jegens de aansprakelijke persoon na een verkeersongeval. Op 18 maart 1991 vond een aanrijding plaats waarbij de aansprakelijkheid bij de bestuurder van een personenauto lag. De benadeelde raakte arbeidsongeschikt en UWV en ABP namen de loonschade over.
UWV en ABP stelden de aansprakelijke bestuurder aansprakelijk en vorderden vergoeding van de schade. De rechtbank wees de vordering af omdat de verjaringstermijn was verstreken. UWV en ABP stelden dat de verjaring pas begon toen zij kennis namen van het ongeval en de schade, maar de rechtbank oordeelde dat het civiel plafond hen beperkt in hun regresrecht.
De Hoge Raad bevestigde dat het civiel plafond ook geldt voor het zelfstandig regresrecht van UWV en ABP, zodat zij zich niet kunnen beroepen op een langere verjaringstermijn dan de benadeelde zelf zou hebben. Dit betekent dat UWV en ABP geen rechtsvordering kunnen instellen die door de benadeelde zelf al verjaard zou zijn, ook al zijn zij zelf pas later van de schade op de hoogte gekomen.
De Hoge Raad wees op het belang van een oplossing voor het probleem dat UWV en ABP mogelijk niet tijdig worden geïnformeerd over schade, maar vond dat dit niet ten koste mag gaan van de aansprakelijke persoon. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde UWV en ABP in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van UWV en ABP wordt verworpen; het civiel plafond beperkt hun regresrecht.