ECLI:NL:HR:2007:AZ4703
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over valselijk opgemaakte creditfacturen en recht op herziening omzetbelasting
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte, directeur en mede-aandeelhouder van A B.V., die werd veroordeeld voor het valselijk opmaken van credit- en debetfacturen gericht aan de Economische Voorlichtingsdienst (EVD). De Hoge Raad beoordeelt of uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de creditfacturen valselijk zijn opgemaakt, waarbij onder meer verklaringen van verdachte en medeverdachten werden betrokken.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring omtrent de valselijk opgemaakte creditfacturen niet zonder meer volgt uit de bewijsmiddelen. De verklaringen laten open dat er mogelijk geen opzet was om de facturen valselijk op te maken. Verder wordt besproken dat het niet verzenden van facturen niet automatisch leidt tot intellectuele valsheid, aangezien de inhoud van de facturen correct was en de Belastingdienst op basis daarvan teruggaaf heeft verleend.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad het recht op herziening van ten onrechte in rekening gebrachte omzetbelasting, waarbij wordt verwezen naar het arrest van het HvJEG en de Nederlandse beleidsregel die stelde dat herziening pas mogelijk is na uitreiking van een creditfactuur. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het gaat om het eerste tenlastegelegde feit en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het eerste tenlastegelegde feit en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling, het beroep wordt voor het overige verworpen.