ECLI:NL:HR:2002:AE4180
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen recht op heffingsrente bij teruggaaf omzetbelasting na creditering
Belanghebbende had bij haar aangifte omzetbelasting over december 1994 een bedrag voldaan dat zij later crediteerde aan de afnemer. Op basis hiervan verzocht zij de Inspecteur om teruggaaf van die belasting met heffingsrente. De Inspecteur verleende de teruggaaf, maar weigerde heffingsrente te vergoeden. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard.
De Hoge Raad bevestigt in cassatie het oordeel van het Hof dat de verschuldigdheid van de omzetbelasting niet vervalt door de latere creditering en dat de teruggaaf niet kan worden gezien als een correctie van eerder aangegeven belasting. Het arrest van het Hof van Justitie over herziening van ten onrechte gefactureerde BTW leidt niet tot een ander oordeel, omdat Nederland een beleidsregel hanteert waarbij herziening pas mogelijk is na uitreiking van een creditfactuur.
Het beroep op het beginsel van redelijkheid en billijkheid en vertrouwen in eerdere beschikkingen wordt door het Hof gemotiveerd verworpen. De Hoge Raad ziet geen onjuiste rechtsopvatting en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en er is geen recht op heffingsrente bij teruggaaf van omzetbelasting na creditering.