ECLI:NL:HR:2007:AZ5461
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens kennelijke misslag in bewezenverklaring poging tot moord
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplichtigheid aan het medeplegen van poging tot moord. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar na vrijspraak door de rechtbank. De bewezenverklaring omschreef gedragingen zoals het beschikbaar stellen van geld voor de aanschaf van een vuurwapen en deelname aan familieberaad waarin het besluit tot doding werd genomen.
De Hoge Raad oordeelde dat deze gedragingen niet als behulpzaam bij het medeplegen van poging tot moord konden worden aangemerkt en dat een onderdeel van de tenlastelegging door een kennelijke misslag onjuist in de bewezenverklaring was opgenomen. De Hoge Raad herstelde deze misslag door de bewezenverklaring dienovereenkomstig te lezen, zonder dat dit de aard en ernst van het bewezenverklaarde aantastte.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatiefase was overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde daarom uitsluitend het onderdeel van de strafoplegging en verminderde de gevangenisstraf tot twee jaar en elf maanden, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twee jaar en elf maanden wegens een kennelijke misslag in de bewezenverklaring en overschrijding van de redelijke termijn.