ECLI:NL:HR:2007:AZ5676
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor poging tot verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en poging tot doodslag, met een gevangenisstraf van zeven jaren en een schadevergoedingsmaatregel. Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad toetst in cassatie uitsluitend middelen die voldoen aan wettelijke vereisten, waaronder een stellige en duidelijke klacht over een rechtsregel of vormverzuim. De schriftuur van de raadsman van verdachte voldeed niet aan deze eisen, waardoor de klachten onbesproken bleven.
Daarnaast werd vastgesteld dat de middelen niet binnen de wettelijke termijn waren ingediend, waardoor het beroep niet ontvankelijk kon worden verklaard. De Hoge Raad verklaarde derhalve het cassatieberoep van verdachte niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens niet tijdige en onvoldoende onderbouwde middelen.