Conclusie
1.De verklaring van de verdachte.
[slachtoffer 1]:
[slachtoffer 1] :
[slachtoffer 1]:
[betrokkene 4]:
[betrokkene 4]:
[betrokkene 11]:
[betrokkene 11]:
[betrokkene 5]:
[betrokkene 5]:
[betrokkene 12]:
[betrokkene 12]:
[betrokkene 8]:
[slachtoffer 1]:
[betrokkene 13]:
[betrokkene 3]:
het hof begrijpt: [betrokkene 2] , zie bewijsmiddel 30) geregeld.
het hof begrijpt: [slachtoffer 1]). Hij moet ons met rust laten. Ik heb een paar keer geschoten.
[betrokkene 1]:
Gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer 2]
Plaats delict Da Sangalloruimte/Ruimtebaan te Zoetermeer
het hof begrijpt: [betrokkene 1] , zie bewijsmiddel 24). De mobiele telefoon maakte hierbij gebruik van de zendmast gevestigd op de Lijnbaan 311 te Zoetermeer.
[betrokkene 15]:
het hof begrijpt: Da Sangalloruimte) te Zoetermeer. Er kwam een zwarte Golf het parkeerterrein op rijden. Het viel mij op dat deze auto aardig hard reed. Ik zag eigenlijk meteen twee jongens uit de auto stappen. Ze stonden nog even bij de auto met de deuren open. Ze leken ook wat schichtig om zich heen te kijken. Ik vond het maar raar gedrag en keek ze daarom na. Ze renden vanaf het parkeerterrein in de richting van het schooltje. Ze lopen dan redelijk dicht langs mijn balkon. Ik zag dat een van de twee jongens een honkbal knuppel onder zijn rechterarm droeg. Het was een houten knuppel. Hij had hem bij het handvat vast en de bovenkant eindigde in zijn oksel waardoor hij voor mijn gevoel probeerde de honkbalknuppel te verstoppen of minder te doen opvallen. Een van de twee jongens bukte bij het rechter hekje bij de schooltuin. Er zijn daar bosjes. Vervolgens liepen ze samen verder richting de Albert Heijn. Daarvoor moesten ze het grasveldje schuin oversteken. Ik zag dat een van de jongens de honkbalknuppel weggooide. Ik zag dat deze door de lucht vloog en op de bosjes terecht kwam die bij dat grasveldje liggen. Dit zijn de bosjes links van de schooltuintjes.
Gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer 3]
Onderzoek historische verkeersgegevens [telefoonnummer 3]
Onderzoek historische verkeersgegevens [telefoonnummer 2] ( [betrokkene 3] )
Conclusie
[telefoonnummer 3]en
[telefoonnummer 1]komt dit gesprek niet naar voren.
deelt locatie
[betrokkene 2]:
Kennelijke verschrijvingen in het arrest:
22:10 en 23:
22:11 aangehaald. Die tijdstippen worden verbeterd in respectievelijk 23:
23:10 en 23:
23:11.’
Bewijsoverweging ter zake van feit 2
deelt locatie
tezamen en in verenigingen
met voorbedachte raadzwaar hebben mishandeld. Ten aanzien hiervan overweegt het hof als volgt.
.
Herkenning op basis van foto
Historische verkeersgegevens
nietvaststelt dat [verdachte] zich ten tijde van het incident op de plaats delict bevond, is het wel nodig de historische verkeersgegevens van [verdachte] ([telefoonnummer 3]) en [betrokkene 3] ([telefoonnummer 2]) te bespreken. De rechtbank neemt op basis van die gegevens immers wél aan dat zij zich die avond tussen 21.07 uur en 21.21 uur samen hebben verplaatst van een zendmast in de buurt van de Da Sangalloruimte naar Zoeterwoude.
die gepantserde politiebusje plakt hem door de wijk”. [verdachte] reageert daar pas om 23.22 uur op met de opmerking: “
Sehh sehh we waren al weg”. Er wordt in het geheel niet gesproken over de redenen van deze opmerkingen. Het is slechts een aanname dat deze teksten zijn verzonden naar aanleiding van het incident. Zou het dan echter niet zo zijn dat [verdachte] eerder die avond iets in de groepsapp zou hebben geplaatst of zou hebben gevraagd om informatie? Daar blijkt echter niets van. Wat wel uit deze chat kan worden afgeleid is dat [verdachte] om 22.05 uur kennelijk al weg was uit de wijk. [verdachte] heeft aangegeven dat in die betreffende groepsapp vaker werd gewaarschuwd wanneer er politieactiviteiten in de buurt waren, hetgeen in het getuigenverhoor van [betrokkene 3] wordt bevestigd.
Getuige [betrokkene 15]
“Ze zagen er meer uit als jongens dan als meisjes. Ze waren in het zwart gekleed."Daarna geeft hij aan dat de jongens zijn weggerend zodra zij de politie zagen staan. De rode auto bleef ook niet wachten en heeft voor zijn gevoel de jongens afgezet. [betrokkene 15] denkt dat dit dezelfde jongens waren die eerder uit de Golf waren gestapt. Die waren ook in het zwart gekleed. Wanneer de verklaring van [betrokkene 15] op pagina 81 goed wordt gelezen, dan kan daaruit worden opgemaakt dat er van een daadwerkelijke herkenning geen sprake is. Hij kan niet eens met enige zekerheid aangeven of de personen die hij laat in de avond ziet jongens of meisjes zijn. Zijn opmerking dat hij denkt dat het dezelfde personen zijn zal zijn gebaseerd op de zwarte kleding en het feit dat zij wegrenden op het moment dat zij de politie zagen. De betreffende personen zijn niet op heterdaad aangehouden en hetgeen [betrokkene 15] verklaard heeft kan slechts leiden tot de aanname dat het dezelfde personen als eerder op de avond zijn geweest en niet meer dan dat. Het zou echter ook goed kunnen dat dit twee geheel andere personen waren of dat één van de personen van eerder die avond later met een andere persoon naar die omgeving is teruggegaan. Wellicht ten overvloede wil [verdachte] nog opmerken dat hij geregeld in die omgeving in Zoetermeer kwam en dat daar een chillplek voor jongeren is waar hij en zijn vrienden geregeld naartoe gingen.
Geen sporen [verdachte]
Verklaring [betrokkene 3]
Conclusie
eerstemiddel houdt in dat ‘de bewezenverklaring van het gerechtshof op verschillende onderdelen niet gebaseerd is op feiten, doch op onjuiste aannames.’ De motivering van het gerechtshof (van de bewezenverklaring, zo begrijp ik) zou niet zonder meer begrijpelijk zijn. Blijkens de toelichting ziet het middel op de herkenning van de verdachte door de aangever. Het hof zou niet goed hebben gemotiveerd om welke redenen deze herkenning, naar ik begrijp ondanks hetgeen door de verdediging te berde is gebracht, ‘toch voldoende betrouwbaar kan worden geacht’.
tweedemiddel bevat eveneens de klacht dat ‘de bewezenverklaring van het gerechtshof op verschillende onderdelen niet gebaseerd is op feiten, doch op onjuiste aannames’ en dat de motivering van het gerechtshof (van de bewezenverklaring) niet zonder meer begrijpelijk is. Blijkens de toelichting wordt geklaagd over het gebruik voor het bewijs van de historische verkeersgegevens. ’s Hofs overweging inzake het vermoeden dat de gebruiker van de telefoon van [verdachte] de simkaart uit die telefoon zou hebben gehaald zou ‘niet goed begrijpelijk’ en ‘slechts een aanname’ zijn. En de redenering op grond waarvan het hof heeft aangenomen dat de verdachte met de telefoon van medeverdachte [betrokkene 3] naar [betrokkene 1] heeft gebeld zou niet te volgen zijn en gebaseerd op aannames.
derdemiddel bevat de klacht dat ‘de bewezenverklaring van het gerechtshof op verschillende onderdelen niet gebaseerd is op feiten, doch op onjuiste aannames’ en dat de motivering van het gerechtshof (van de bewezenverklaring) niet zonder meer begrijpelijk is. Blijkens de toelichting ziet dit middel op het gebruik als bewijs van de verklaring van de getuige [betrokkene 15] (bewijsmiddel 27). Betoogd wordt dat in de voor het bewijs gebezigde verklaring van [betrokkene 15] ) niet alles is terug te lezen wat deze getuige tegenover de politie heeft verklaard. Het hof zou ten onrechte de twijfel van [betrokkene 15] omtrent het geslacht van de twee personen die hij rond middernacht heeft waargenomen uit het bewijsmiddel hebben weggelaten. Verder meent de steller van het middel, zo begrijp ik, dat het hof de getuigenverklaring voor zover inhoudend ‘Ik denk dat dit de jongens waren die eerder de Golf geparkeerd hadden’ niet voor het bewijs had kunnen bezigen.
vierdemiddel bevat wederom de klacht dat ‘de bewezenverklaring van het gerechtshof op verschillende onderdelen niet gebaseerd is op feiten, doch op onjuiste aannames’ en dat de motivering van het gerechtshof (van de bewezenverklaring) niet zonder meer begrijpelijk is. De toelichting houdt het volgende in:
vijfdemiddel bevat de (vijfde) klacht inhoudend dat ‘de bewezenverklaring van het gerechtshof op verschillende onderdelen niet gebaseerd is op feiten, doch op onjuiste aannames’ en dat de motivering van het gerechtshof (van de bewezenverklaring) niet zonder meer begrijpelijk is. Blijkens de toelichting ziet het middel op de bewezenverklaarde voorbedachte raad. Geklaagd wordt dat het hof niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat de verdachte enige tijd de gelegenheid heeft gehad om na te denken over de mogelijke gevolgen van zijn voorgenomen daad en dat niet kan worden uitgesloten dat gehandeld is vanuit een hevige gemoedsopwelling. De steller van het middel wijst erop dat tussen het moment dat de medeverdachte en de bijrijder even voor het incident langs de garage van de aangever waren gereden en het moment dat het incident heeft plaatsgevonden slechts enkele minuten zaten. Dat zou te kort zijn voor kalm beraad. Dat in de tussentijd een plan is gemaakt zou een aanname van het hof zijn en niet blijken uit het dossier.
Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.
Mede met het oog op het strafverzwarende gevolg dat dit bestanddeel heeft, moeten aan de vaststelling dat de voor voorbedachte raad vereiste gelegenheid heeft bestaan, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter, in het bijzonder indien de voorbedachte raad niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen volgt, daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven.
De achtergrond van het vereiste dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, is dat ingeval vaststaat dat de verdachte die gelegenheid heeft gehad, het redelijk is aan te nemen dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van die gelegenheid en dus daadwerkelijk heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven (vgl. het overleg en nadenken dat in de wetsgeschiedenis is geplaatst tegenover de ogenblikkelijke gemoedsopwelling). Dat de verdachte daadwerkelijk heeft nagedacht en zich rekenschap heeft gegeven leent zich immers moeilijk voor strafrechtelijk bewijs, zeker in het geval dat de verklaringen van de verdachte en/of eventuele getuigen geen inzicht geven in hetgeen voor en ten tijde van het begaan van het feit in de verdachte is omgegaan. Of in een dergelijk geval voorbedachte raad bewezen kan worden, hangt dan sterk af van de hierboven bedoelde gelegenheid en van de overige feitelijke omstandigheden van het geval zoals de aard van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan alsmede de gedragingen van de verdachte voor en tijdens het begaan van het feit. Daarbij verdient opmerking dat de enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, niet toereikend is om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat sprake is van voorbedachte raad (vgl. HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963).’
Korte situatieschets
bijlage 1).
bijlage 2).
bijlage 3).
bijlage 7).
€ 7.000,-toegewezen aan immateriële schade.
€ 12.000en thans opeisbaar is.
€ 13.431,96toe te wijzen en te vermeerderen met
de wettelijke rentevanaf het moment van het ontstaan van de schade.
schadevergoedingsmaatregelop te leggen voor zowel het schadevergoedingsbedrag als voor de verschuldigde wettelijke rente.
Benadeelde partij
Strafmotivering