ECLI:NL:HR:2007:AZ6534
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
De schuldenaar heeft bij de rechtbank te Almelo verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid Pro 2, aanhef en onder b, van de Faillissementswet. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 23 mei 2006 af. De schuldenaar ging in hoger beroep bij het gerechtshof te Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 20 juli 2006 bekrachtigde.
Tegen dit arrest stelde de schuldenaar beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van de schulden. Dit arrest werd gewezen door de raadsheren P.C. Kop, A. Hammerstein, C.A. Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door E.J. Numann op 16 februari 2007.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.