ECLI:NL:HR:2007:AZ6680
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid gebruik telefoonnummer als bewijs in strafzaak
In deze strafzaak stond centraal of het vragen naar het telefoonnummer van de verdachte zonder voorafgaande cautie onrechtmatig was en daarmee het bewijs uit het onderzoek naar het telefoonverkeer onbruikbaar. De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij het hof het bewijs uit het telefoononderzoek gebruikte.
De verdediging stelde dat het verkrijgen van het telefoonnummer zonder cautie onrechtmatig was en tot vrijspraak moest leiden. Het hof verwierp dit verweer met het oordeel dat het vragen naar personalia, waaronder het telefoonnummer, niet valt onder een verhoor waarvoor cautie vereist is. Bovendien had de verdachte toestemming gegeven voor het onderzoek naar het telefoonverkeer.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat het vragen naar het telefoonnummer nooit onder een verhoor valt niet juist is, omdat bijzondere omstandigheden dit wel kunnen meebrengen. Echter, in deze zaak was het hof ook van oordeel dat de verdachte toestemming had gegeven voor het onderzoek, waardoor het verweer onvoldoende was. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.