ECLI:NL:HR:2007:AZ7773
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending informatieplicht afgewezen
De rechtbank Alkmaar sprak op 31 oktober 2002 de definitieve toepassing van de schuldsanering uit ten aanzien van de verzoeker. Na een voordracht van de rechter-commissaris en een verzoek van de bewindvoerder om de regeling tussentijds te beëindigen, weigerde de rechtbank Alkmaar op 19 juli 2006 deze beëindiging en bepaalde dat de regeling van kracht bleef tot die datum.
Op korte termijn werd een zitting gepland waarop de beëindiging van de regeling zou worden behandeld. Bij vonnis van 21 september 2006 stelde de rechtbank vast dat de verzoeker toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, en bepaalde dat de regeling zou eindigen zodra het vonnis in kracht van gewijsde zou zijn gegaan.
De verzoeker stelde hoger beroep in tegen beide vonnissen, maar het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde deze uitspraken bij arrest van 10 november 2006. Tegen dit arrest werd vervolgens cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.