ECLI:NL:HR:2007:AZ7773

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/160HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 350 lid 3 Faillissementswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending informatieplicht afgewezen

De rechtbank Alkmaar sprak op 31 oktober 2002 de definitieve toepassing van de schuldsanering uit ten aanzien van de verzoeker. Na een voordracht van de rechter-commissaris en een verzoek van de bewindvoerder om de regeling tussentijds te beëindigen, weigerde de rechtbank Alkmaar op 19 juli 2006 deze beëindiging en bepaalde dat de regeling van kracht bleef tot die datum.

Op korte termijn werd een zitting gepland waarop de beëindiging van de regeling zou worden behandeld. Bij vonnis van 21 september 2006 stelde de rechtbank vast dat de verzoeker toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, en bepaalde dat de regeling zou eindigen zodra het vonnis in kracht van gewijsde zou zijn gegaan.

De verzoeker stelde hoger beroep in tegen beide vonnissen, maar het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde deze uitspraken bij arrest van 10 november 2006. Tegen dit arrest werd vervolgens cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 RO Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

23 maart 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/160HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. Post.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Alkmaar van 31 oktober 2002 is ten aanzien van verzoeker tot cassatie (verder te noemen: [verzoeker]) de definitieve toepassing van de schuldsanering uitgesproken.
Nadat de rechter-commissaris daartoe een voordracht had gedaan en de bewindvoerder had verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen, heeft de rechtbank Alkmaar bij vonnis van 19 juli 2006 de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling geweigerd en bepaald dat de schuldsaneringsregeling van kracht is tot 19 juli 2006. De rechtbank heeft in haar vonnis overwogen op korte termijn ambtshalve dag, uur en plaats te bepalen voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden behandeld. Nadat deze behandeling had plaatsgevonden, heeft de rechtbank bij vonnis van 21 september 2006 vastgesteld dat [verzoeker] toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en verstaan dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal eindigen met ingang van de dag dat de onderhavige uitspraak in kracht van gewijsde zal zijn gegaan.
Tegen zowel het vonnis van 19 juli 2006 als het vonnis van 21 september 2006 heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 10 november 2006 heeft het hof de uitspraken waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 maart 2007.