ECLI:NL:PHR:2007:AZ7773
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending informatieplicht en nieuwe schulden
De rechtbank Alkmaar sprak in 2002 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van de schuldenaar, met benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder.
In juli 2006 weigerde de rechtbank tussentijdse beëindiging van de regeling, ondanks dat de schuldenaar niet aan zijn verplichtingen voldeed, omdat niet te verwachten viel dat schuldeisers enige uitkering zouden ontvangen. Later in september 2006 stelde de rechtbank vast dat de schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten en dat de regeling zou eindigen zodra de uitspraak in kracht van gewijsde zou zijn gegaan.
Het hof Amsterdam bekrachtigde in november 2006 deze uitspraken en oordeelde dat de tekortkomingen van de schuldenaar zwaarwegend waren en tussentijdse beëindiging van de regeling gerechtvaardigd was.
De schuldenaar ging in cassatie tegen het arrest van het hof met het middel dat de rechtbank onjuist een saneringsplan had vastgesteld met een termijn die langer was dan toegestaan. De Hoge Raad verwierp het middel omdat het zich richtte tegen een beslissing van de rechtbank en niet van het hof, en omdat het hof niet geacht kon worden deze beslissing over te nemen.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep ongegrond was en het arrest van het hof bevestigd diende te worden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bevestigd.