ECLI:NL:HR:2007:AZ8038
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Baropbrengsten in touringcars worden beschouwd als loon uit dienstbetrekking
Belanghebbende, een onderneming die touringcars exploiteert, werd door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) geconfronteerd met correctienota's en boetenota's over de jaren 1994 tot en met 1998 vanwege niet-betaalde premies. Het geschil betrof de vraag of de baropbrengsten uit de verkoop van consumpties door chauffeurs als loon uit dienstbetrekking moesten worden beschouwd.
De Rechtbank te Alkmaar verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de bestreden besluiten, waarna de Raad van Bestuur nieuwe besluiten nam die opnieuw werden aangevochten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verkoop van consumpties door chauffeurs, die gebruik maken van barfaciliteiten in de touringcars, algemeen gebruikelijk is en mede in het belang van de werkgever plaatsvindt. Daarom moet het voordeel dat chauffeurs behalen uit deze verkoop worden aangemerkt als loon in de zin van artikel 4 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat het niet relevant is dat de werkgever niet direct betrokken was bij de registratie van de baropbrengsten, aangezien de werkgever een redelijke schatting had moeten maken of opgave had moeten vragen van de voordelen die de werknemers genoten. Hiermee wordt de lijn van eerdere arresten gevolgd waarin dergelijke voordelen als loon worden beschouwd.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat baropbrengsten als loon uit dienstbetrekking gelden.