ECLI:NL:HR:2007:AZ8742
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verzekerde tot uitkering onder autoverzekering wegens onvoldoende bewijs diefstal
De verzekerde sloot in 1995 een Nieuw voor Nieuw Autopolis af voor zijn Opel Omega. Na aangifte van diefstal in 1998 weigerde de verzekeraar uit te keren, stellende dat geen sprake was van een gedekt evenement. De verzekerde vorderde betaling, maar de rechtbank stond toe dat hij bewijs leverde van diefstal. Na hoger beroep werd de zaak terugverwezen. Uiteindelijk wees de rechtbank de vordering af omdat de verzekerde geen bewijs leverde.
In hoger beroep stelde de verzekerde dat hij bewijs wilde leveren maar door een fout van zijn procureur niet tijdig kon. Het hof stond bewijslevering alsnog toe, maar wees de vordering af omdat het bewijs niet overtuigend was. De verzekerde stelde in cassatie dat de verzekeraar de bewijslast droeg dat er geen diefstal was, op grond van het polisbeding.
De Hoge Raad oordeelde dat het polisbeding de dekking omschrijft maar niet de bewijslastverdeling, die volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro bij de verzekerde ligt. Omdat de verzekeraar gemotiveerd betwistte dat er diefstal was, moest de verzekerde dit bewijzen. Het cassatieberoep werd verworpen en de verzekerde werd in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: De vordering van de verzekerde tot uitkering wegens diefstal van zijn auto wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.