ECLI:NL:HR:2007:BA2545

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/140HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 FaillissementswetArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2 Faillissementswet

De schuldenaren hebben bij de rechtbank Haarlem een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid Pro 2, aanhef en onder a, van de Faillissementswet. De rechtbank heeft dit verzoek bij vonnis van 20 juni 2006 afgewezen. Hiertegen hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 6 oktober 2006 heeft bekrachtigd.

De schuldenaren hebben vervolgens beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen omdat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoeven in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof en houdt vast aan de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk en in het openbaar uitgesproken op 27 april 2007.

Uitkomst: Het beroep van de schuldenaren wordt door de Hoge Raad verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

Uitspraak

27 april 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/140HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met op 26 april 2006 ter griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen verzoekschriften hebben verzoekers tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaren - zich gewend tot die rechtbank en verzocht op hen de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
De rechtbank heeft bij vonnis van 20 juni 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 6 oktober 2006 heeft het hof de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.