ECLI:NL:HR:2007:BA2571

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02953/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • A.J.A. van Dorst
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68.2 onder c AWRArt. 69.2 AWRArt. 51.2 onder 2° Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen valsheid in geschrift en belastingfraude door rechtspersoon

In deze strafzaak heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch de verdachte veroordeeld wegens deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van meermalen gepleegde valsheid in geschrift, en het opzettelijk onvolledig doen van een belastingaangifte namens een rechtspersoon waarbij hij feitelijk leiding gaf. De Hoge Raad heeft de kwalificatie van het hof verduidelijkt en verbeterd, waarbij werd vastgesteld dat het feit betreft het opzettelijk in valse of vervalste vorm beschikbaar stellen van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers die ingevolge de belastingwet voor raadpleging verplicht zijn.

Het cassatieberoep van de verdachte is ingesteld en bepleit door zijn raadsman, maar de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping. De Hoge Raad heeft het beroep zonder nadere motivering verworpen, omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De strafmaat bestond uit vier jaar gevangenisstraf en een geldboete van € 500.000, subsidiair één jaar hechtenis. De Hoge Raad bevestigt hiermee het arrest van het hof en laat de opgelegde straf ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf en een geldboete van € 500.000,- wordt bevestigd.

Uitspraak

12 juni 2007
Strafkamer
nr. 02953/06
RR/IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 februari 2006, nummer 20/008270-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 maart 2005 - de verdachte ter zake van 1. "deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 2. "medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" en 3. "opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onvolledig doen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan het feit feitelijk leiding heeft gegeven" (de Hoge Raad leest: "ingevolge de belastingwet verplicht zijnde boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, deze voor dit doel opzettelijk in valse of vervalste vorm beschikbaar stellen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan het feit feitelijk leiding heeft gegeven"), veroordeeld tot 4 jaren gevangenisstraf, alsmede tot een geldboete van € 500.000,-, subsidiair 1 jaar hechtenis.
2. Geding in cassatie
2.1 Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R. Zilver, advocaat te Nieuwegein, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 12 juni 2007.