ECLI:NL:HR:2007:BA3018

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/046HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 125 lid 4 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervallen aanhangigheid door verzuim tijdige inschrijving ter rolle en niet-tijdig herstel

In deze cassatieprocedure stond centraal de vraag of de aanhangigheid van een zaak kon worden hersteld nadat eiser had verzuimd de zaak tijdig ter rolle in te schrijven. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof en verweerder gedagvaard voor een zitting van de Hoge Raad.

Eiser verzuimde echter de zaak tijdig ter rolle in te schrijven en probeerde dit te herstellen door een herstelexploot uit te brengen met oproeping voor een nieuwe roldatum. Dit herstelexploot werd echter niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van veertien dagen na de oorspronkelijke roldatum uitgebracht. Verweerder verscheen niet op de nieuwe zitting, waarop eiser verstek tegen hem verzocht.

De Advocaat-Generaal adviseerde het verstek te weigeren omdat de aanhangigheid van de zaak door het verzuim was vervallen en het herstel niet tijdig was verricht. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aanhangigheid van de zaak inderdaad was vervallen en niet kon worden hersteld, waardoor het verzoek tot verstekverlening moest worden afgewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanhangigheid vervallen en wijst het verzoek tot verstekverlening af wegens niet tijdige inschrijving ter rolle en niet tijdig herstel.

Uitspraak

13 april 2007
Eerste Kamer
Nr. C07/046HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.J.F. Gonesh,
t e g e n
[Verweerder], h.o.d.n. [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in cassatie
Bij dagvaarding van 5 december 2006 heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - aan verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbsoch van 5 september 2006 en heeft hij [verweerder] gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 22 december 2006.
[Eiser] heeft verzuimd de zaak tijdig ter rolle te doen inschrijven.
Bij herstelexploot van 18 januari 2007 heeft [eiser] [verweerder] opgeroepen te verschijnen ter rolle van 16 februari 2007. [Eiser] heeft de zaak op de rolzitting van die dag doen inschrijven.
[Verweerder] is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 16 februari 2007 niet verschenen. [Eiser] heeft gevraagd tegen [verweerder] verstek te verlenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot weigering van het gevraagde verstek.
2. Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening
Het vervallen van de aanhangigheid van de zaak als gevolg van het verzuim de dagvaarding tijdig in te dienen ter inschrijving op de rol van de bij dagvaarding aangezegde rechtsdag kan worden hersteld door binnen veertien dagen na de in de dagvaarding vermelde roldatum een herstelexploot te doen uitbrengen met oproeping tegen een nieuwe rechtsdag (art. 125 lid 4 Rv Pro.).
Het exploot van 18 januari 2007 is niet binnen deze termijn uitgebracht.
3. Beslissing
De Hoge Raad verstaat dat de aanhangigheid van de zaak is vervallen.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 april 2007.