ECLI:NL:PHR:2009:BJ3044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hersteltermijn bij verzuim indienen verzoekschrift door procureur in faillissementsprocedure
In deze zaak stond centraal of de rechtbank terecht verzoeker niet-ontvankelijk heeft verklaard in hoger beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris, omdat het beroep niet door een procureur was ingediend binnen de gestelde termijn. Verzoeker had zelf aangegeven binnen welke termijn hij het verzuim zou herstellen, maar de rechtbank bood geen hersteltermijn aan en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad stelt dat art. 281 lid 1 Rv Pro de rechter verplicht om ambtshalve een termijn te bieden voor herstel van het verzuim om het verzoekschrift door een procureur te laten indienen. Dit geldt ook als de verzoeker zelf al een termijn heeft voorgesteld. Het uitblijven van een reactie van de rechter kan niet worden opgevat als een stilzwijgende termijnstelling die de verzoeker bindt.
Verder bespreekt de Hoge Raad de bedoeling van de wetgever met de herstelbepalingen in het procesrecht, die gericht zijn op deformalisering en een actievere rol van de rechter. De sanctie van niet-ontvankelijkheid mag alleen worden toegepast indien het beschermde belang daadwerkelijk is geschaad.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de rechtbank rekening moet houden met de verplichting tot het bieden van een hersteltermijn. De zaak betreft tevens de uitleg van de beroepstermijn en de wijze van aanvulling van beroepsgronden in faillissementsprocedures.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van de hersteltermijnverplichting.