ECLI:NL:HR:2007:BA5022
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening
In deze strafzaak betreft het een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin de verdachte bij verstek is veroordeeld voor overtreding van artikel 107, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.
De verdachte had in de appelakte een adres opgegeven dat redelijkerwijs als zijn woon- of verblijfplaats kon worden beschouwd. Uit de stukken bleek echter niet dat is getracht de dagvaarding op dat adres uit te reiken. Het hof oordeelde dat het opgegeven adres achterhaald was, mede omdat in de basisadministratie persoonsgegevens sinds 27 mei 2005 geen woon- of verblijfplaats van de verdachte bekend was. De Hoge Raad vond dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk en stelde dat onbekendheid met een feitelijke woonplaats niet kan worden aangenomen zonder pogingen tot betekening op het opgegeven adres.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting op basis van een rechtsgeldige dagvaarding. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig en vernietigt het arrest van het hof.