ECLI:NL:HR:2007:BA5316

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/020HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt kinderalimentatieverplichting vader op basis van draagkracht

De moeder verzocht bij de rechtbank 's-Gravenhage om vaststelling van kinderalimentatie ten behoeve van hun minderjarige dochter, waarbij zij een bedrag van €181,51 per maand eiste. De vader betwistte dit en stelde dat de bijdrage nihil moest zijn. De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde de alimentatie op €181,51 per maand. De vader ging in hoger beroep, maar het gerechtshof te 's-Gravenhage bekrachtigde de beschikking en wees het hoger beroep af.

Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde klachten en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er waren geen rechtsvragen die beantwoording behoefden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het beroep verworpen.

De beschikking van het gerechtshof bleef daarmee in stand en de vader blijft gehouden tot betaling van de kinderalimentatie. De uitspraak bevestigt de toepassing van art. 81 RO Pro in cassatieprocedures betreffende familierechtelijke geschillen over kinderalimentatie en de toetsing van draagkracht van de onderhoudsplichtige.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de kinderalimentatie van €181,51 per maand.

Uitspraak

22 juni 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/020HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.A.M. Engels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 17 december 2004 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en, kort gezegd, verzocht te bepalen dat de vader voor de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, [de dochter], € 181,51 per maand aan de moeder dient te voldoen.
De vader heeft het verzoek bestreden en verzocht de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van voornoemde minderjarige op nihil te bepalen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 24 mei 2005 de door de vader te betalen de kinderalimentatie ten behoeve van [de dochter] met ingang van de datum van deze beschikking bepaald op € 181,51 per maand.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 23 november 2005 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 juni 2007.