ECLI:NL:HR:2007:BA5632
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onrechtmatig gebruik van gesprek met geheimhouder als bewijsmiddel
De verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van 91 bolletjes cocaïne in Nederland. Het bewijs bestond onder meer uit een proces-verbaal waarin een gesprek tussen de verdachte en een dokterstelefoon werd weergegeven. De Hoge Raad oordeelt dat dit gesprek moet worden aangemerkt als communicatie met een geheimhouder, namelijk een arts, die onder het verschoningsrecht valt.
Op grond van artikel 126aa, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dienen dergelijke gegevens onmiddellijk te worden vernietigd en mogen zij niet als bewijsmiddel worden gebruikt. Het Hof had dit bewijs echter wel gebruikt, wat in strijd is met het recht op vertrouwelijke communicatie met een arts. Hierdoor is het bewijs onrechtmatig verkregen en mocht het niet worden betrokken in de bewijsvoering.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe berechting zonder gebruikmaking van het onrechtmatige bewijsmiddel. Hiermee wordt het belang van het verschoningsrecht en de bescherming van vertrouwelijke medische communicatie benadrukt.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug wegens onrechtmatig gebruik van gesprek met geheimhouder als bewijsmiddel.