ECLI:NL:PHR:2007:BA5632
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending verschoningsrecht bij gebruik dokterstelefoon als bewijsmiddel
De Hoge Raad behandelt een cassatieberoep tegen een arrest van het Hof dat verdachte veroordeelde voor het medeplegen van het binnenbrengen van cocaïne. Het Hof gebruikte als bewijsmiddel een proces-verbaal van een verhoor waarin verdachte werd geconfronteerd met een telefoongesprek dat hij had gevoerd met een dokterstelefoon, vermoedelijk bediend door een geheimhouder zoals een arts. Volgens art. 126aa lid 2 Sv mogen dergelijke processen-verbaal niet worden gebruikt omdat zij mededelingen bevatten die onder het verschoningsrecht vallen.
De Hoge Raad overweegt dat het proces-verbaal niet alleen het gesprek zelf bevat, maar ook de reactie van verdachte op het voorhouden van dat gesprek. Dit proces-verbaal had vernietigd moeten worden, maar dat is niet gebeurd. Hierdoor kon verdachte worden geconfronteerd met inhoud van het telefoongesprek, wat in strijd is met het doel van het verschoningsrecht. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie die het belang van het verschoningsrecht bevestigt en benadrukt dat naleving daarvan ook zonder beroep van verdachte moet worden gecontroleerd.
De Hoge Raad constateert dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het bewijsmiddel toch mocht worden gebruikt en dat het arrest daarom niet kan blijven staan. Er zijn geen uitzonderlijke omstandigheden die het belang van de waarheid boven het verschoningsrecht doen prevaleren. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens schending van het verschoningsrecht en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling.