ECLI:NL:HR:2007:BA5958

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/108HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6:83 BWArt. 7:667 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding werknemer wegens niet-nakoming toezegging arbeidsovereenkomst

De zaak betreft een arbeidsgeschil waarbij de werknemer vordert dat de werkgever wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens het niet nakomen van een toezegging om de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd om te zetten in een contract voor onbepaalde tijd. De werknemer startte de procedure bij de kantonrechter, die de vordering afwees. Het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis bij arrest.

De werknemer stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen, waarbij werd geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen nadere motivering behoefden, aangezien geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad veroordeelde de werknemer tevens in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het oordeel van de lagere rechter in stand dat de werkgever niet onrechtmatig heeft gehandeld en geen schadevergoeding verschuldigd is.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de werkgever niet onrechtmatig heeft gehandeld en geen schadevergoeding verschuldigd is.

Uitspraak

14 september 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/108HR
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
TECHNO SERVICE NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Culemborg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en TSN.
1. Het geding in feitelijke instanties
[eiser] heeft bij exploot van 1 april 2004 TSN gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Arnhem, locatie Tiel, en gevorderd, kort gezegd en voorzover in cassatie van belang, te verklaren voor recht dat TSN onrechtmatig heeft gehandeld en TSN te veroordelen om aan [eiser] schadevergoeding te betalen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten.
TSN heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 9 maart 2005 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 27 december 2005 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
TSN heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van TSN begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 september 2007.