ECLI:NL:HR:2007:BA5960

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/125HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling contractuele boete en schadevergoeding wegens niet-naleving voorkeursrecht koop

In deze zaak stond de vraag centraal of eiser gehouden was tot betaling van een contractuele boete en schadevergoeding aan verweerder wegens niet-naleving van een beding met voorkeursrecht van koop.

Verweerder had eiser gedagvaard en gevorderd betaling van een boete en schadevergoeding. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde eiser tot betaling van de contractuele boete met rente, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Tevens veroordeelde de Hoge Raad eiser in de kosten van het geding in cassatie.

De uitspraak bevestigt de geldigheid van de contractuele boete en de toewijzing daarvan door het hof, zonder dat nadere motivering noodzakelijk was wegens het ontbreken van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling tot betaling contractuele boete.

Uitspraak

14 september 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/125HR
MK/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] heeft bij exploot van 5 juli 2002, voorzover in cassatie van belang, [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Zutphen en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag van € 22.689,01 aan contractuele boete en een bedrag van € 172.436,49 aan door [verweerder] geleden schade, met rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 12 mei 2004 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 27 december 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, voorzover in cassatie van belang, opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] te betalen het bedrag van € 22.689,01 ter zake van de contractuele boete, met rente, en iedere verdere beslissing aangehouden.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 751,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 september 2007.