ECLI:NL:HR:2007:BA6233

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/060HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:248 lid 1 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg overeenkomst verkoop aandelen en redelijkheid en billijkheid

Unit 4 heeft [verweerster 1] en [verweerster 2] gedagvaard wegens een geschil over de uitleg van een overeenkomst tot verkoop van aandelen en vorderde betaling van aanzienlijke bedragen. De rechtbank wees de vorderingen af, en het hof bekrachtigde dit vonnis. Unit 4 stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, terwijl [verweerster] c.s. voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelden.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Unit 4 verworpen. De klachten die in het middel werden aangevoerd, konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Hierdoor kwam het voorwaardelijk incidentele beroep niet aan de orde.

De Hoge Raad veroordeelde Unit 4 tot betaling van de proceskosten in cassatie. De uitspraak bevestigt dat de uitleg van de overeenkomst en de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid, zoals bedoeld in art. 6:248 lid 1 BW Pro, correct zijn toegepast door de lagere rechterlijke instanties.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Unit 4 wordt verworpen en Unit 4 wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

13 juli 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/060HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
UNIT 4 AGRESSO N.V.,
gevestigd te Sliedrecht,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. R.S. Meijer,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep
advocaat: mr. M. Ynzonides.
Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als Unit 4 en verweersters als [verweerster 1] en [verweerster 2] dan wel gezamenlijk als [verweerster] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Unit 4 heeft bij exploten van 10 en 11 oktober 2001 [verweerster] c.s. gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, [verweerster 1] te veroordelen aan Unit 4 een bedrag van ƒ 1.654.520,70 te betalen, met rente, en [verweerster] c.s. te veroordelen aan Unit 4 een bedrag van ƒ 178.743,30 te betalen, met rente en kosten.
[Verweerster] c.s. hebben de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 16 juli 2003 de vorderingen van Unit 4 afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft Unit 4 hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 18 oktober 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Unit 4 beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Unit 4 mede door mr. E.M. Tjon-En-Fa en voor [verweerster] c.s. mede door D.J. Beenders, beiden advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het principale beroep.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Unit 4 in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] c.s. begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 13 juli 2007.