ECLI:NL:HR:2007:BA6238

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/152HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet op de rechterlijke organisatieWet op de Ruimtelijke Ordening
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op dwaling bij koop onroerend goed

In deze zaak stond centraal of een koper van een kavel onroerend goed zijn beroep op dwaling in hoger beroep kon baseren op een door de verkoper geschonden spreekplicht of mede op mededelingen van de verkoper. De verkoper had de koper gedagvaard wegens niet-nakoming van de afnameverplichting en vorderde tevens contractuele boete en schadevergoeding.

De rechtbank wees grotendeels de vorderingen van de verkoper toe en wees de vordering van de koper tot vernietiging van de overeenkomst af. Het hof verklaarde het hoger beroep van de koper niet-ontvankelijk en bekrachtigde het vonnis. De koper stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de koper niet tot cassatie konden leiden en dat het beroep op dwaling niet slaagde. Er was geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd verworpen en de koper werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof dat het beroep op dwaling niet slaagt.

Uitspraak

21 september 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/152HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] heeft bij exploot van 13 juli 2004 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Leeuwarden en gevorderd, kort gezegd,
1. [Eiser] te veroordelen tot nakoming van de verplichting tot afname van de kavel zoals bedoeld in de inleidende dagvaarding, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
2. [Eiser] te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag van € 10.000,-- ter zake van contractuele boete;
3. [Eiser] te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag dat gelijk is aan de wettelijke rente over het bedrag van € 90.000,-- te berekenen over de periode vanaf 1 april 2004 tot de datum waarop het notariële transport van de kavel heeft plaatsgevonden, ter zake van schadevergoeding;
met rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de overeenkomst van 23 augustus 2003 tussen partijen tot stand gekomen als gevolg van de door [eiser] uitgebrachte buitengerechtelijke verklaring is vernietigd, alsmede [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] schade te vergoeden, op te maken bij staat, met kosten.
De rechtbank heeft, na een tussenvonnis van 29 september 2004, bij eindvonnis van 19 januari 2005 in conventie de vorderingen grotendeels toegewezen en in reconventie de vordering afgewezen.
Tegen deze vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 22 februari 2006 heeft het hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het tussenvonnis en het eindvonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerder] mede door mr. L. van den Eshof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 14 juni 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de president W.J.M. Davids op 21 september 2007.