ECLI:NL:PHR:2007:BA6238
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over beroep op dwaling bij koop onroerend goed en mededelingsplicht verkoper
In deze zaak stond centraal of een koper van een kavel onroerend goed zijn beroep op dwaling in hoger beroep mocht baseren op mededelingen van de verkoper over de gebruiksmogelijkheden van het perceel, of slechts op een schending van de spreekplicht van de verkoper. De koper had de kavel gekocht met het oog op het vestigen van een wormenkwekerij in een bestaande schuur. De verkoper had bevestigd dat het bestemmingsplan dit toestond, maar had niet gemeld dat er een voorbereidingsbesluit van kracht was dat toekomstige bouwvergunningen zou toetsen aan een nieuw bestemmingsplan waarin die bestemming zou vervallen.
De rechtbank oordeelde dat de koper niet gerechtvaardigd was om af te gaan op de mededeling van de verkoper dat een wormenkwekerij mogelijk was, omdat de toelating van activiteiten op grond van het bestemmingsplan een gemeentelijke bevoegdheid is. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de mededelingen van de verkoper feitelijk juist waren, en dat de koper zich niet op onjuiste mededelingen kon beroepen maar slechts op het niet melden van het voorbereidingsbesluit.
De Hoge Raad bevestigde dat het beroep op dwaling niet slaagt als de mededelingen feitelijk juist zijn en dat het niet melden van het voorbereidingsbesluit in deze omstandigheden niet tot dwaling leidt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de koper de gevolgen van zijn dwaling zelf draagt.
Uitkomst: Het beroep op dwaling wordt verworpen en de koper draagt de gevolgen van zijn dwaling.