ECLI:NL:HR:2007:BA6239

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/231HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid bij niet-nakoming koopovereenkomst

In deze zaak stond centraal de vraag of een koopovereenkomst tot stand was gekomen en of Aan de Stegge c.s. aansprakelijk was voor de schade die [verweerster] had geleden door de toerekenbare niet-nakoming van deze overeenkomst.

[Verweerster] had Aan de Stegge c.s. gedagvaard en vorderde hoofdelijk aansprakelijkheid en schadevergoeding. De rechtbank wees de vordering toe, waarna Aan de Stegge c.s. hoger beroep instelden. Het hof verklaarde hen niet-ontvankelijk in het hoger beroep en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.

Aan de Stegge c.s. stelde vervolgens beroep in cassatie in, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad veroordeelde Aan de Stegge c.s. tevens in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef de aansprakelijkheid van Aan de Stegge c.s. voor de schade als gevolg van de niet-nakoming van de koopovereenkomst onverminderd van kracht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van Aan de Stegge c.s.

Uitspraak

21 september 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/231HR
MK/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. AAN DE STEGGE ROOSENDAAL V.O.F.,
gevestigd te Roosendaal,
2. CNE BOUW B.V.,
gevestigd te Roosendaal,
3. EDO BOUW B.V.,
gevestigd te Lekkerkerk,
4. BOUWBEDRIJF AAN DE STEGGE ROOSENDAAL B.V.,
gevestigd te Roosendaal,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Aan de Stegge c.s. en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft bij exploot van 30 oktober 2001 respectievelijk 1 november 2001 Aan de Stegge c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd, na wijziging van eis, kort gezegd, te verklaren voor recht dat Aan de Stegge c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [verweerster] tengevolge van de toerekenbare niet-nakoming van de koopovereenkomst heeft geleden dan wel nog zal gaan lijden, alsmede Aan de Stegge c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan [verweerster] te betalen het bedrag van de totale schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten.
Aan de Stegge c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een tweetal tussenvonnissen van 22 oktober 2002 en 13 augustus 2003, bij eindvonnis van 6 oktober 2004 de vorderingen toegewezen.
Tegen deze vonnissen hebben Aan de Stegge c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 18 april 2006 heeft het hof Aan de Stegge c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de tussenvonnissen van 22 oktober 2002 en 13 augustus 2003 en het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Aan de Stegge c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Aan de Stegge c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren O. de Savornin Lohman, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de president W.J.M. Davids op 21 september 2007.