ECLI:NL:HR:2007:BA6318
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onjuiste uitleg bouwvergunningsplicht antenne-installatie
De verdachte had een antenne en antennedrager geplaatst op een bestaande bouwvergunningplichtige antenne-installatie van 39,6 meter hoogte zonder de vereiste vergunning. Het geschil betrof de uitleg van het begrip 'voet' in het Besluit bouwvergunningsvrije en lichtbouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb), met name of de hoogte van de antenne moest worden gemeten vanaf het bevestigingspunt op de antennemast of vanaf de voet van de antennemast.
Het hof had geoordeeld dat de hoogte moest worden gemeten vanaf de voet van de antennemast, waardoor de antenne-installatie hoger dan vijf meter was en dus vergunningplichtig. De verdediging stelde dat de hoogte vanaf het bevestigingspunt moest worden gemeten, waardoor de antenne-installatie onder de vijf meter bleef en vergunningvrij was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over de uitleg van de wettelijke bepalingen. De antennemast van de bestaande installatie kon niet worden aangemerkt als onderdeel van de te plaatsen antenne-installatie. Gelet op het bewijs kon niet worden vastgesteld dat de antenne met antennedrager hoger dan vijf meter was gemeten vanaf de voet van de antennedrager.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof en sprak de verdachte vrij van het tenlastegelegde bouw zonder vergunning. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het zonder vergunning bouwen van een antenne-installatie wegens onjuiste uitleg van de hoogtebepaling.