ECLI:NL:HR:2007:BA6550
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat volkenrechtelijke ESA-regeling buitenlandse regeling is voor kinderbijslagvrijstelling
Belanghebbende, werkzaam bij het Europees Ruimteagentschap (ESA), ontving een bijdrage in de onderhoudskosten van zijn twee kinderen via een volkenrechtelijke regeling van ESA. Hij was vrijgesteld van nationale inkomstenbelasting en sociale verzekeringsbijdragen, waardoor hij geen recht had op kinderbijslag volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De echtgenote van belanghebbende kon wel aanspraak maken op kinderbijslag, maar ontving deze niet omdat de ESA-bijdrage hoger was.
De vraag was of belanghebbende recht had op een persoonsgebonden aftrekpost voor uitgaven aan levensonderhoud van zijn minderjarige kinderen. Het hof oordeelde dat dit niet het geval was, omdat de ESA-regeling als een buitenlandse regeling in de zin van artikel 6.14, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001 moet worden beschouwd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de wetgever met de term 'buitenlandse regeling' ook een tegemoetkoming van een volkenrechtelijke organisatie zoals ESA bedoelde. Hierdoor kan een belastingplichtige die een vergelijkbare buitenlandse tegemoetkoming ontvangt geen aftrekpost voor levensonderhoud van het kind claimen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting blijft gehandhaafd.