ECLI:NL:HR:2007:BA7261
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak valsheid in geschrift en verduistering
In deze strafzaak werd de verdachte door het Hof veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder valsheid in geschrift, medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Wet toezicht kredietwezen 1992, verduistering en deelname aan een criminele organisatie. Het Hof legde een gevangenisstraf van dertig maanden op en wees deels vorderingen van benadeelde partijen toe.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. Een van de klachten betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM tijdens de cassatiefase. De Hoge Raad constateerde dat het beroep op 1 november 2005 werd ingesteld en de stukken pas op 30 augustus 2006 ter griffie binnenkwamen, waardoor de redelijke termijn was overschreden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze tot 28 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen, aangezien de overige middelen niet tot cassatie konden leiden en geen nadere motivering behoefden. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 18 september 2007.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 28 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt verder verworpen.