ECLI:NL:HR:2007:BA8064
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsgeldigheid dubbele aanslag inkomstenbelasting en vergrijpboete
Belanghebbende ontving voor het belastingjaar 2000 twee aanslagbiljetten voor dezelfde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen: één gedateerd 16 juli 2003 en een tweede, inclusief vergrijpboete, gedateerd 31 juli 2003. De Inspecteur stuurde een brief waarin werd aangegeven dat het eerste aanslagbiljet als niet verzonden kon worden beschouwd.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen zowel de aanslag als de vergrijpboete. De Inspecteur handhaafde de aanslag en verminderde de boete. Het Hof vernietigde de uitspraken van de Inspecteur, verminderde de aanslag van 16 juli 2003 en vernietigde de aanslag en boetebeschikking van 31 juli 2003.
De Hoge Raad oordeelde dat de aanslag van 16 juli 2003 rechtsgeldig was opgelegd en dat de brief van de Inspecteur geen vernietiging van deze aanslag inhield. De brief had slechts tot doel het gevolg van het niet gelijktijdig opleggen van een boete weg te nemen, maar deed de aanslag zelf niet vervallen.
Daarom werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en bleef de aanslag van 16 juli 2003 in stand. De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag van 16 juli 2003 blijft rechtsgeldig.