ECLI:NL:GHARN:2011:BP4019
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontvankelijkheid bezwaar en vertrouwensbeginsel bij inkomstenbelastingaanslag 2005
Belanghebbende kreeg voor 2005 een primitieve aanslag inkomstenbelasting opgelegd met dagtekening 12 september 2007, gevolgd door een navorderingsaanslag in juni 2008. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het bezwaar te laat was ingediend. Belanghebbende stelde dat het bezwaar ontvankelijk moest worden verklaard vanwege misleidende uitlatingen van de inspecteur.
Het hof oordeelde dat de brief van 2 januari 2009 als bezwaar moest worden aangemerkt en dat dit bezwaar ontvankelijk was omdat belanghebbende redelijkerwijs niet in verzuim was door de communicatie van de inspecteur. De inspecteur had met zijn uitlatingen niet de aanslag laten vervallen, maar wilde voorkomen dat te weinig belasting werd geheven.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat belanghebbende en zijn gemachtigde hadden moeten begrijpen dat de aanslag geldig bleef. De verzuimboete en heffingsrente bleven in stand. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en griffierechten van belanghebbende.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de primitieve aanslag wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond; de rechtbankuitspraak wordt vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten en griffierechten.