ECLI:NL:HR:2007:BA9616
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof Leeuwarden inzake tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling
Verzoekster was onder de wettelijke schuldsaneringsregeling geplaatst door het hof Arnhem in januari 2005. In februari 2006 verzocht de bewindvoerder de rechtbank Leeuwarden om de regeling tussentijds te beëindigen. De rechtbank beëindigde de regeling in juni 2006 en benoemde de bewindvoerder tot curator in het faillissement van verzoekster. Verzoekster stelde hoger beroep in bij het hof Leeuwarden, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij haar beroepsgronden niet tijdig had aangevuld.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte niet-ontvankelijkheid heeft uitgesproken. De motivering van het vonnis werd pas op 22 juni 2006 aan verzoekster ter beschikking gesteld, waardoor de termijn voor het indienen van aanvullend beroepschrift pas daarna kon lopen. Het hof had een aanvullende termijn tot 4 juli 2006 toegekend, maar kwam daar later op terug, wat onterecht was gezien het vertrouwen dat hierdoor bij verzoekster was gewekt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Leeuwarden en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee wordt bevestigd dat de procesrechtelijke regels omtrent het aanvullen van beroepsgronden na ontvangst van essentiële processtukken strikt moeten worden nageleefd, met inachtneming van het beginsel van vertrouwen in toezeggingen van het gerecht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Leeuwarden en wijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.