ECLI:NL:HR:2007:BA9705
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verzekeraar moet schadevergoeding pas weigeren bij aantoonbare belangenbeschadiging door late melding
In deze zaak staat centraal de vraag of een verzekeraar het recht op uitkering kan laten vervallen op grond van een vervalbeding in de polis, wanneer de verzekerde een schadegeval te laat meldt. Tros had een aansprakelijkheidsverzekering gesloten bij Winterthur en Fortis, waarbij een vervalbeding gold dat het recht op uitkering verviel indien de melding niet binnen drie jaar na bekendheid met de schade plaatsvond.
Tros werd aansprakelijk gesteld door een voormalig freelancer wegens RSI-klachten en meldde dit te laat aan de verzekeraars. De verzekeraars beriepen zich op het vervalbeding, maar het hof oordeelde dat het vervalbeding alleen kan worden ingeroepen indien de verzekeraar door de late melding in een redelijk belang is geschaad. Het enkele feit dat de verzekeraar niet tijdig onderzoek kon doen, is onvoldoende.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 7:941 lid 4 BW Pro (dat na het geding in werking trad) een codificatie is van deze reeds bestaande rechtsovertuiging. De verzekeraar moet concreet stellen en bewijzen dat hij door de late melding daadwerkelijk in een redelijk belang is geschaad. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling. Tros wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het vervalbeding kan niet worden ingeroepen zonder dat de verzekeraar aantoont dat hij door de late melding in een redelijk belang is geschaad.