ECLI:NL:HR:2007:BB0013
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Toelating tot de schuldsaneringsregeling bij ontbreken van goede trouw
In deze zaak heeft de schuldenaar op 15 mei 2006 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank Amsterdam om de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren. De rechtbank heeft dit verzoek op 27 juli 2006 afgewezen. Hierop heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam, dat op 31 oktober 2006 de beslissing van de rechtbank heeft bekrachtigd. Tegen deze beslissing heeft de schuldenaar cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten die in het cassatiemiddel zijn aangevoerd, niet tot cassatie kunnen leiden. Dit is gebaseerd op artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat stelt dat geen nadere motivering nodig is wanneer de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft het beroep op 5 oktober 2007 verworpen. De uitspraak is gedaan door de raadsheren P.C. Kop, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk, en openbaar uitgesproken door raadsheer F.B. Bakels.