ECLI:NL:HR:2007:BB0013

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/152HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot de schuldsaneringsregeling bij ontbreken van goede trouw

In deze zaak heeft de schuldenaar op 15 mei 2006 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank Amsterdam om de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren. De rechtbank heeft dit verzoek op 27 juli 2006 afgewezen. Hierop heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam, dat op 31 oktober 2006 de beslissing van de rechtbank heeft bekrachtigd. Tegen deze beslissing heeft de schuldenaar cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten die in het cassatiemiddel zijn aangevoerd, niet tot cassatie kunnen leiden. Dit is gebaseerd op artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat stelt dat geen nadere motivering nodig is wanneer de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft het beroep op 5 oktober 2007 verworpen. De uitspraak is gedaan door de raadsheren P.C. Kop, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk, en openbaar uitgesproken door raadsheer F.B. Bakels.

Uitspraak

5 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/152HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna worden aangeduid als de schuldenaar.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 mei 2006 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de schuldenaar zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, op hem de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
De rechtbank heeft bij beschikking van 27 juli 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 31 oktober 2006 heeft het hof de bestreden beslissing bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 oktober 2007.