ECLI:NL:HR:2007:BB3067
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in drug- en wapenzaak
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin hij was veroordeeld tot elf jaar en acht maanden gevangenisstraf voor onder meer medeplegen van verboden handelen volgens de Opiumwet en de Wet wapens en munitie, alsmede valsheid in reisdocumenten.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, behalve dat de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn moet worden verminderd. De redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden doordat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot elf jaar en drie maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen, waarmee de overige veroordelingen en verbeurdverklaringen ongewijzigd blijven.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en is uitgesproken op 23 oktober 2007.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf jaar en drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.