ECLI:NL:HR:2007:BB4965

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03659/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 434 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 11 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring inleidende dagvaarding wegens verlies processtukken in cassatie

In deze strafzaak tegen verdachte, die gedetineerd was in de Penitentiaire Inrichting Flevoland, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 september 2004.

De stukken van het geding zijn echter in het ongerede geraakt en niet meer beschikbaar, waardoor de Hoge Raad het bestreden arrest niet kan toetsen. Om doelmatigheidsredenen heeft de Hoge Raad besloten de zaak zelf af te doen en de inleidende dagvaarding nietig te verklaren.

Dit betekent dat na verwijzing of terugwijzing van de zaak de bevoegde rechter niet zou kunnen beslissen op de grondslag van de tenlastelegging. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest, behoudens voor zover het vonnis van de rechtbank mocht zijn vernietigd, en verklaart de inleidende dagvaarding nietig.

De uitspraak is gedaan door de vice-president Corstens als voorzitter en de raadsheren De Savornin Lohman en Ilsink op 6 november 2007.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de inleidende dagvaarding nietig wegens het verlies van de processtukken, waardoor het bestreden arrest niet kan worden getoetst.

Uitspraak

6 november 2007
Strafkamer
nr. 03659/06
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 september 2004, nummer 23/001966-02, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in de Penitentiare Inrichting "Flevoland" te Lelystad.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. K.K. Hansen Löve, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden arrest vernietigt, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Rechtbank mocht zijn vernietigd, en de inleidende dagvaarding nietig verklaart.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat de stukken van het geding in het ongerede zijn geraakt, zodat de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst.
2.2. Aan de Hoge Raad is op de voet van art. 434, eerste lid, Sv alleen toegezonden een getekend afschrift van de akte rechtsmiddel inzake het instellen van beroep in cassatie op 6 oktober 2004 tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 september 2004 (arrestnummer 3096/04, parketnummer 23-001966-02). Op grond van de door de Advocaat-Generaal in diens conclusie verstrekte informatie moet worden aangenomen dat de overige stukken in het ongerede zijn geraakt en niet meer beschikbaar zullen komen. Dat brengt mee dat de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst. Zij kan daarom niet in stand blijven. Het middel treft doel.
2.3. De Hoge Raad zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen en de inleidende dagvaarding nietig verklaren, aangezien na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rechter naar wie de zaak zou worden verwezen of teruggewezen niet in staat zou zijn te beraadslagen en beslissen op de grondslag van de tenlastelegging.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Rechtbank mocht zijn vernietigd;
verklaart de inleidende dagvaarding nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 6 november 2007.