ECLI:NL:HR:2007:BB5084
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing betwisting afstamming in strijd met geboorteakte
In deze zaak betwist verweerster de juridische afstamming van verzoeker, waarbij zij stelt dat verzoeker niet het kind is van betrokkene 1, zoals vermeld in de geboorteakte, maar van betrokkene 2. De rechtbank wees het verzoek tot gegrondverklaring van deze betwisting af, omdat verzoeker juridisch gezien binnen 300 dagen na de ontbinding van het huwelijk tussen de moeder en betrokkene 1 is geboren, waardoor op grond van art. 310 oud Pro BW de juridische afstammingsrelatie met betrokkene 1 geldt.
Het hof vernietigde deze afwijzing en verklaarde de betwisting van verweerster gegrond, stellende dat de maatschappelijke staat van verzoeker niet overeenkomt met de geboorteakte en dat de werkelijke situatie prevaleert boven de registratie in de geboorteakte. Het hof baseerde zich op eerdere jurisprudentie over bezit van staat en de maatschappelijke werkelijkheid.
De Hoge Raad overweegt echter dat de wettelijke regeling in art. 1:209 BW Pro vereist dat de gegevens in de geboorteakte onjuist moeten zijn om een betwisting door een ander dan het kind zelf toe te staan. Nu niet is gesteld of gebleken dat de in de geboorteakte vermelde gegevens onjuist zijn, kan de betwisting niet worden toegewezen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
Daarnaast wijst de Hoge Raad het beroep op artikel 8 EVRM Pro af, omdat het feit dat de wettelijke afstammingsrelatie anders is dan de maatschappelijke werkelijkheid onvoldoende is om een inbreuk op het recht op gezinsleven aan te nemen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de betwisting van de afstamming niet gegrond kan worden verklaard omdat de geboorteakte niet onjuist is.