ECLI:NL:HR:2007:BB5617

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/157HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt wijziging kinderalimentatie en stageldbijdrage

De vader verzocht de rechtbank Amsterdam om de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige dochter, inclusief het stageld voor de caravan, met ingang van 15 november 2004 op nihil te stellen en achterstallige betalingen kwijt te schelden. De moeder verzocht juist om een verhoging van de bijdrage vanaf november 2004.

De rechtbank wijzigde de eerdere beschikking van het gerechtshof en stelde de bijdrage van de vader over de periode 15 november 2004 tot 13 juli 2005 op nihil, waarbij de betaling van de helft van het stageld voor 2005 als voldoening werd beschouwd. Beide partijen gingen in hoger beroep, waarna het hof de beschikking deels vernietigde. Het hof bepaalde dat de vader het volledige stageld voor 2005 en 2006 moest betalen en stelde de bijdrage vanaf 7 januari 2006 op nihil zolang de dochter bij de vader verbleef.

De moeder stelde beroep in cassatie in, de vader incidenteel. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de wijziging van de alimentatie- en stageldbijdrage.

Uitspraak

9 november 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/157HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidentele cassatieberoep,
advocaten: mrs. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt en N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 16 februari 2005 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 29 november 2001 te wijzigen, met dien verstande dat met ingang van 15 november 2004 de bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging van de minderjarige [de dochter], inclusief het aan de campingbeheerder te betalen stageld ten behoeve van de caravan, op nihil wordt gesteld en de eventuele tot 15 november 2004 ontstaande achterstand in de betalingen van de bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging wordt kwijtgescholden.
De moeder heeft het verzoek bestreden en zelfstandig verzocht, kort gezegd, de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 29 november 2001 te wijzigen in die zin dat wordt bepaald dat de vader met ingang van 1 november 2004 met een bedrag van € 322,82 per maand en met ingang van 1 januari 2005 met een bedrag van € 326,37 per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de dochter].
De rechtbank heeft bij beschikking van 23 november 2005 de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 29 november 2001 in zoverre gewijzigd dat de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de dochter] over de periode van 15 november 2004 tot 13 juli 2005 op nihil wordt gesteld. De rechtbank heeft tevens bepaald dat de vader met de betaling van de helft van het stageld van de caravan in 2005 aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De vader heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 17 augustus 2006 heeft het hof in het principale en het incidentele hoger beroep de bestreden beschikking vernietigd, voorzover daarin is bepaald dat de vader met de betaling van de helft van het stageld van de caravan over het jaar 2005 heeft voldaan aan zijn betalingsverplichting en bepaald, met dienovereenkomstige wijziging van de beschikking van dit hof van 29 november 2001, dat de vader bij wijze van bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de dochter] aan de moeder het stageld van de caravan zal betalen voor het campingjaar 2005 en 2006 en dat aan deze verplichting met ingang van 1 november 2006 een einde komst. Daarnaast heeft het hof, met dienovereenkomstige wijziging van de beschikking van 29 november 2001, de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de dochter] met ingang van 7 januari 2006, zolang [de dochter] bij de vader verblijft, op nihil gesteld en de bestreden beschikking in zoverre vernietigd en voor het overige bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. De vader heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift, tevens houdende incidenteel cassatieberoep, zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het principaal cassatieverzoek en van het incidenteel cassatieverzoek.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 19 juli 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep en het middel in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 november 2007.