ECLI:NL:HR:2007:BB5767
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over invloed EG-recht op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting
Belanghebbende, een fysiotherapeut met praktijk in Nederland en Duitsland, kreeg voor 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar en beroep door het hof werd bevestigd. Het geschil betrof de juiste berekening van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting, waarbij belanghebbende zich beroept op artikel 43 EG Pro.
Het hof oordeelde dat het verschil in belastingheffing veroorzaakt werd door het verschil in tarieven tussen Nederland en Duitsland en de methode in het belastingverdrag, en dat dit niet in strijd was met het EG-Verdrag. De Hoge Raad stelt echter dat het toegepaste verrekeningsmechanisme geen rekening houdt met het verlies van profijt van belastingvrije sommen en persoonlijke fiscale tegemoetkomingen in de woonstaat, wat een verboden belemmering kan vormen volgens het EG-recht.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de vraag of Duitsland bij de heffing rekening heeft gehouden met de persoonlijke en gezinssituatie van belanghebbende. De Hoge Raad gelast tevens vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
De overige klachten worden niet gegrond verklaard, en de Hoge Raad acht geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten in cassatie. De verwijzing betreft de verdere behandeling en beslissing door het gerechtshof met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor nadere behandeling.