Voetnoten
1.Deze zaak hangt samen met de zaak [X3] en [X2] / Staatssecretaris van Financiën, nr. 13/05004 waarin ik heden eveneens concludeer.
2.Rechtbank te Haarlem 21 december 2011, nrs. AWB 11/423 en 11/424, ECLI:NL:RBHAA:2011:BV2797, V‑N 2012/14.3.4 en NTFR 2012/852 met noot van Boer. 3.Rechtbank, r.o. 5.1; zie onderdeel 2.4 van deze conclusie.
4.Hof r.o. 5.6; zie onderdeel 2.6.
5.De in deze conclusie opgenomen citaten uit jurisprudentie en literatuur zijn zonder daarin voorkomende voetnoten opgenomen. Citaten met een tekstbewerking, zoals onderstrepingen, vet- of cursiefzettingen, zijn veelal als onbewerkt weergegeven.
6.Zitting van 10 november 2011, p-v Rechtbank, p. 4.
7.P-v, p. 5.
8.Zitting van 23 juli 2013, gecombineerd p-v Hof, p. 2.
9.P-v, p. 3.
10.Kamerstukken II, 2008-2009, 31930, nr. 3, p. 9-58.
11.Kamerstukken II, 2008-2009, 31930, nr. 3, p. 50-57.
12.Kamerstukken II, 2008-2009, 31930, nr. 9, p. 54 e.v.
13.Kamerstukken II, 2008-2009, 31930, nr. 76, p. 11.
14.Kamerstukken II, 2008-2009, 31930, nr. 10, p. 27.
15.‘Wijziging van enige fiscale uitvoeringsregelingen’, Staatscourant 2009, 20549.
16.Hoge Raad 18 november 1998, nr. 31 756, , ECLI:NL:HR:1998:BI5819, BNB 1999/35; zie ook BNB 1999/36 en 37, met gecombineerde noot van Zwemmer bij dit trio arresten. 17.Het kan zich voordoen, met name als de beherende trustee een professionele instelling is, dat een zogeheten protector wordt toegevoegd, die tot taak heeft de belangen van de familie ook op langere termijn te verzekeren. Een protector beschikt daartoe over (soms aanzienlijke) bevoegdheden, als afgeleid van de oorspronkelijke rechten van de settlor. (noot toegevoegd, RIJ)
18.BNB noot Zwemmer ad 7: ‘Met deze beslissing is aan de aantrekkelijkheid van de trustfiguur als instrument voor de zogenoemde estate planning een zware slag toegebracht.’ (voetnoot toegevoegd, RIJ)
19.Hoge Raad 15 maart 2013, nr. 12/03372, ECLI:NL:HR:2013:BZ4218, BNB 2013/119 met noot Boer. Zie ook BNB 2013/118. Citaat inleiding overgenomen uit kopje BNB 2013/119. 20.M.W.C. Feteris, Formeel belastingrecht, 2007: Deventer Kluwer, p. 549-550.
21.In: Hoofdzaken formeel belastingrecht, 2012: Den Haag Boom fiscale uitgevers, p. 199.
22.P.J. Huisman, De fiscale vaststellingsovereenkomst, 2013: Deventer Kluwer, p. 94-95.
23.J.P. Boer en R.M. Freudenthal, ’De identiteitscrisis van de Anglo-Amerikaanse trust’: afgezonderd of niet?, WPNR 2009/6802, p. 507-511.
24.E.R. Roelofs, Niets is zeker, ook de fiscale behandeling van de fixed trust niet, WFR 2010/1632.
25.R.M. Freudenthal, Het nieuwe APV-regime: 'Zwarte Pieten' met familie en fiscus, TFO 2010/40.
26.J.P. Boer, De Anglo-Amerikaanse trust in de inkomsten- en vennootschapsbelasting, Den Haag: SDU 2011, p. 261-263.
27.Voetnoot uit citaat: HR 10 juni 1953, BNB 1953/204.
28.G.D.L.M. Gilissen, De expres private trust, Fiscaalrechtelijke beschouwingen over kwalificatie en gevolgen, 2012: Nijmegen WLP, p. 397-414.
29.NTFR 2012/852.
30.NTFR 2014/468.
31.J.P. Boer, Het APV-regime; overzicht en actuele ontwikkelingen, WPNR 2013/6995.
32.Vgl. onderdeel 4.6 van deze conclusie, MvT (slot).
33.Een handzame inleiding is van de hand van D.J. Hayton, The Law of Trusts, London, Sweet & Maxwell.
34.Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts, gesloten te ’s-Gravenhage op 1 juli 1985; ingevoerd bij Wetten van 4 oktober 1995,
35.De Belastingdienst is op zijn hoede. Vgl. onderdeel 1 van het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 10 augustus 2011, V-N 2011/42.7: ‘Een aantal belastingplichtigen heeft de afgelopen jaren getracht de belastingheffing over vermogen te voorkomen door ingewikkelde structuren met onduidelijke buitenlandse rechtsfiguren. De Belastingdienst is er veel aan gelegen dergelijke structuren tegen te gaan (…).’ Ik heb overigens niet de indruk dat [X3] in het leven is geroepen vooral om fiscaal voordeel te behalen.
36.Hayton: ‘To protect the spendthrift or the gullible from themselves or exploitation (…).’ Vgl. onderdeel 4.12 van deze conclusie in r.o. 3.3: ‘Het Hof acht het waarschijnlijk dat als de erflaatster over het vermogen van D had kunnen beschikken, ze dit op instigatie van een derde onder wiens invloed ze stond en die op haar geld uit was, ook zou hebben gedaan.’
37.Vgl. de figuur van de protector in onderdeel 4.11 van deze conclusie. Ook kan ingevolge een trustakte aan de beneficiaries een keuzerecht worden toegekend, zoals het recht in totaal ten hoogste 3% van de hoofdsom op te nemen in een jaar waarin men eens krap zit. Uit: Donna Tartt, The Secret Histoy, chapter 4: ‘Francis had assured me that getting the money was a simple matter of going downtown and signing some papers. His mother would find out he’d taken it, but what could she do once he was gone? (…) Francis burst in, half-hysterical. The money for that year was all gone, you see. His mother had checked out every cent of the principal at the first of the year and hadn’t told him about it.’
38.Zie onderdeel 4.1 e.v. van deze conclusie.
39.Zie 4.12.
40.Zie 3.3.
41.Zie 4.11.
42.Zie 3.3; onderdeel 3.2. Het derdentarief liep destijds op van 41% tot 68%.
43.Zie 2.1; r.o. 2.3.
44.Zie 2.11; r.o. 5.9.
45.Zie 3.3; onderdelen 3.2 en 3.4.
46.Zie 4.4.
47.Zie 4.5, ad 5.4.
48.Volgens belanghebbende is geen verzoek ingediend; zie onderdeel 3.3, ad 3.35. Het Hof heeft hieromtrent niets vastgesteld, maar de Inspecteur heeft dit niet weersproken, zodat ik ervan uit zou willen gaan dat zo een verzoek inderdaad niet is gedaan.
49.Misschien zit er enig opportunisme in het standpunt van belanghebbende, maar dat is op zichzelf niet verboden. Zie onderdeel 2.10 (slot); de gemachtigde heeft ter zitting bij het Hof verklaard: ‘De voorzitter vraagt of dubbele heffing hier aan de orde is. Dat weten we niet want we weten niet of [X2] ooit nog terugkomt naar Nederland. (…) Het afgezonderd vermogen kan worden toegerekend zonder dat het wordt belast in Nederland. Het wordt dus toegerekend en vervolgens niet belast op grond van het internationale belastingrecht.’
50.Zie 4.3.
51.Zie 4.1.
52.Zie 2.12.
53.Zie 4.3; weliswaar wordt in deze bepaling gesproken over de toerekening aan ‘een belastingplichtige’. Echter, uit de wetsgeschiedenis maak ik op dat de wetgever hiermee doelde op de inbrenger; zie 4.7, derde citaat.
54.Zie 3.3; onder meer ad 3.14.
55.Zie 4.1.
56.Zie 2.12; r.o. 5.6 en 5.7.
57.Zie 4.6.
58.Zie 4.7.
59.Zie onderdeel 3.3, ad 3.27, waarin ook een opinie over de uitleg van deze Trust naar Amerikaans recht wordt genoemd.
60.Zie 4.2. Artikel 4a dient gelet op het bepaalde in lid 10 van artikel 2.14a van de Wet IB 2001 in samenhang te worden gelezen met dat artikel.
61.Zie 4.12. Vgl. 4.23.
62.Vgl. 2.10: ‘In de periode van 10 jaren na het verlaten van Nederland heeft de trust uitkeringen gedaan aan [X1].’
63.Zie de tekst van de Trust Agreement opgenomen in onderdeel 2.1. Article IX: This Trust shall be irrevocable and not subject to amendment by the Settlor or any other person.
64.Ter vergelijking: een pensioenaanspraak behelst ook een recht op toekomstige uitkeringen, terwijl een dergelijke aanspraak wel degelijk is te zien als een juridisch afdwingbaar recht.
65.Vgl. 4.16, 4.17 en 4.20.
66.Zie voor de volledig regeling artikel II, onder e, van de Trust Agreement.